Een hartinfarct, een nieuwe pacemaker, of de diagnose hartritmestoornis: zulke gebeurtenissen roepen veel vragen op. Naast de zorgen over uw gezondheid speelt vaak een praktische vraag mee: mag ik nog wel autorijden? Voor veel mensen, zeker als u wat ouder bent, is de auto een stuk zelfstandigheid dat u niet zomaar wilt opgeven.
Het geruststellende nieuws: de meeste mensen met een hartaandoening mogen na een goede behandeling gewoon blijven rijden. Wel gelden er regels, en soms een wachtperiode. In deze blog leest u rustig en overzichtelijk wanneer u een keuring nodig heeft, hoe lang u mogelijk niet mag rijden en wat een pacemaker of ICD betekent voor uw rijbewijs. We richten ons hier op het gewone rijbewijs voor auto en motor.
Moet u uw hartaandoening melden bij het CBR?
Dat hangt af van uw situatie. Er zijn grofweg drie momenten waarop een hartaandoening relevant wordt voor uw rijbewijs:
- Bij verlenging van uw rijbewijs. Vult u een Gezondheidsverklaring in, dan geeft u eerlijk aan dat u een hartaandoening heeft of heeft gehad.
- Bij verlenging op of na uw 75e. Vanaf uw 75e verjaardag hoort de Gezondheidsverklaring standaard bij elke verlenging, inclusief de vragen over uw hart.
- Als u tussentijds een hartaandoening krijgt. Heeft u nog een lang geldig rijbewijs, dan hoeft u niet alles direct te melden. Overleg met uw cardioloog of huisarts of melden verstandig is.
Een belangrijke nuance van het CBR over hartaandoeningen: heeft u een hartinfarct gehad en houdt u daar geen klachten aan over, dan hoeft u dit niet door te geven. In alle andere gevallen is overleg met uw behandelaar verstandig.
Eerlijk invullen is geen vrijblijvende keuze. Volgens artikel 114 van de Wegenverkeerswet bent u verplicht naar waarheid te antwoorden. Verzwijgt u iets en heeft u een ongeluk waarbij uw hart een rol speelt, dan kan uw verzekering weigeren uit te keren en kan het CBR uw rijbewijs ongeldig verklaren.
Hoe lang mag u niet rijden na een hartprobleem?
Bij bepaalde hartgebeurtenissen geldt een wettelijke periode waarin u niet mag rijden. Dit geeft uw hart de tijd om te herstellen en stabiliseren. De belangrijkste termijnen voor het gewone rijbewijs:
| Situatie | Periode niet rijden |
| Hartinfarct met hartschade | Minimaal 4 weken |
| Pacemaker geplaatst | 2 weken |
| ICD na een hartstilstand | 2 maanden |
| ICD bij verhoogd risico (preventief) | 2 weken |
Deze termijnen zijn minimumperioden. Uw cardioloog kan adviseren om langer te wachten, afhankelijk van uw herstel. Bespreek altijd met uw arts wanneer het verstandig is om weer achter het stuur te kruipen, en wanneer u een Gezondheidsverklaring invult.
Hoe lang is uw rijbewijs geldig na een hartaandoening?
Als het CBR u rijgeschikt verklaart, krijgt u vaak een rijbewijs met een beperkte geldigheidsduur. Zo kan uw situatie regelmatig opnieuw worden bekeken. De termijnen verschillen per aandoening:
- Hartschade of hartfalen: rijbewijs voor maximaal 5 jaar.
- Hartritmestoornissen: rijbewijs voor maximaal 10 jaar.
- Pacemaker: u krijgt de reguliere geldigheidsduur, mits u geen andere hartklachten heeft. Een pacemaker betekent dus meestal geen beperking.
- ICD (inwendige defibrillator): rijbewijs voor maximaal 5 jaar, met code 100 (alleen privégebruik).
Bij een pacemaker denken veel mensen dat rijden verboden wordt. Dat klopt meestal niet. Een pacemaker ondersteunt juist een te traag of onregelmatig hartritme en voorkomt klachten als duizeligheid en flauwvallen. Na de wachtperiode van twee weken kunt u in de regel gewoon weer rijden.
Het verschil tussen een pacemaker en een ICD
Deze twee apparaten worden vaak door elkaar gehaald, maar voor uw rijbewijs maken ze een groot verschil.
Pacemaker
Een pacemaker houdt uw hartritme op peil door kleine elektrische pulsjes te geven wanneer uw hart te langzaam klopt. Voor uw rijbewijs is dit een relatief lichte situatie: na twee weken mag u weer rijden, en u houdt in de meeste gevallen uw normale rijbewijs. U gaat voor de keuring naar een keurend arts, niet per se naar uw cardioloog.
ICD (inwendige defibrillator)
Een ICD is zwaarder geschut. Het apparaat bewaakt uw hartritme en kan een schok afgeven bij een levensbedreigende ritmestoornis. Juist die mogelijkheid van een plotselinge schok maakt het CBR voorzichtiger. U mag met een ICD alleen privé rijden (code 100 op het rijbewijs), uw rijbewijs is maximaal 5 jaar geldig, en voor de keuring gaat u naar uw eigen cardioloog. Alle details staan op de CBR-pagina over ICD, steunhart en pacemaker.
Hoe verloopt de keuring bij een hartaandoening?
Nadat u de Gezondheidsverklaring heeft ingevuld en aangegeven dat u een hartaandoening heeft, stuurt het CBR u een verwijsbrief. Daarin staat naar welke arts u moet: een keurend arts of een cardioloog.
Tijdens de keuring gebeurt het volgende:
- Gesprek: de arts bespreekt uw klachten, uw behandelingen (dotter, stent, bypass, medicatie) en hoe het nu met u gaat.
- Beoordeling van uw klachten: krijgt u pijn op de borst of kortademigheid, en zo ja, alleen bij zware inspanning of al bij een klein stukje lopen? Dat maakt voor de beoordeling een groot verschil.
- Bekijken van specialistenbrieven: neem brieven van uw cardioloog mee. Die geven de arts en het CBR een compleet beeld.
- Standaardonderdelen: oogtest, bloeddrukmeting en de gebruikelijke controles die bij elke keuring horen.
Belangrijk om te weten: de keuringsarts beoordeelt niet zelf of u mag rijden. De arts verzamelt de medische informatie en stuurt die naar het CBR. Het CBR neemt het besluit over uw rijgeschiktheid en de geldigheidsduur. Meer over die rolverdeling leest u in onze blog over de rol van een arts bij een rijbewijskeuring.
Wat neemt u mee naar de keuring?
- Geldig identiteitsbewijs (paspoort, ID-kaart of huidig rijbewijs).
- De verwijsbrief van het CBR met uw ZorgDomein-code.
- Een actueel medicatieoverzicht van uw apotheek.
- Brieven of verslagen van uw cardioloog, indien u die heeft.
- Bril of contactlenzen die u tijdens het rijden draagt.
- Informatie over uw pacemaker of ICD (het pasje dat u bij implantatie heeft gekregen).
En als u een groot rijbewijs heeft?
Voor beroepschauffeurs met een vrachtwagen- of busrijbewijs zijn de regels strenger. Met een ICD of steunhart bent u niet geschikt voor een groot rijbewijs, omdat het apparaat op elk moment kan ingrijpen. Een pacemaker en veel andere hartaandoeningen zijn wel verenigbaar met een groot rijbewijs, mits u stabiel bent. Lees hierover meer in onze blog over veelvoorkomende medische aandoeningen bij rijbewijskeuringen.
Blijf niet in onzekerheid zitten
Veel mensen met hartklachten rijden langer door in onzekerheid dan nodig, uit angst voor een afkeuring. Dat is niet nodig en soms zelfs onverstandig. Het CBR is er niet op uit om u van de weg te halen. In de meeste gevallen wordt u, na een goede behandeling en een stabiele periode, gewoon rijgeschikt verklaard, soms met een kortere geldigheidsduur.
Twijfelt u of uw situatie een keuring vraagt? Bespreek het met uw cardioloog of huisarts. Zij kennen uw hart en kunnen inschatten of het verstandig is om een Gezondheidsverklaring in te vullen. Zo krijgt u duidelijkheid en kunt u met een gerust hart de weg op, of samen naar een alternatief kijken als dat nodig is.
Uw keuring regelen bij VoorKeur
Heeft u een verwijsbrief van het CBR ontvangen en gaat u naar een keurend arts? Bij VoorKeur werken BIG-geregistreerde keuringsartsen die ervaring hebben met hart- en vaatziekten. Maak online een afspraak bij een locatie in de buurt, of bel het VoorKeur-team op werkdagen tussen 9.00 en 15.30 uur, ook via WhatsApp. Heeft u een ICD of steunhart? Dan gaat u voor de keuring naar uw eigen cardioloog.