Een beroerte zet uw leven van de ene op de andere dag op zijn kop. Als de ergste onrust voorbij is en het herstel op gang komt, komt vaak de vraag: kan ik straks weer autorijden? Voor veel mensen is dat geen bijzaak. De auto betekent boodschappen doen zonder hulp, naar de kleinkinderen, naar de club. Kortom: uw eigen leven blijven leiden.
Het antwoord is in veel gevallen bemoedigend. Een groot deel van de mensen die een beroerte hebben gehad, rijdt na een periode van herstel gewoon weer. Wel gelden er wachttijden en soms een keuring of rijtest. In deze blog nemen we u stap voor stap mee door het proces, zodat u weet waar u aan toe bent.
Waarom gelden er regels na een beroerte?
Een beroerte (CVA) is een verstoring van de bloedtoevoer naar de hersenen. Dat kan een herseninfarct zijn (een verstopt bloedvat), een hersenbloeding, of een TIA (een kortdurende, voorbijgaande verstopping). Afhankelijk van waar in de hersenen het gebeurt, kunnen de gevolgen sterk verschillen.
Voor het autorijden zijn een paar restverschijnselen bijzonder relevant:
- Uitval van gezichtsveld, waardoor u een fietser van links of rechts niet ziet aankomen.
- Verminderde kracht of coördinatie in arm of been, wat sturen, schakelen of remmen bemoeilijkt.
- Trager verwerken van informatie, waardoor u minder snel reageert op onverwachte situaties.
- Concentratieproblemen of snel vermoeid raken, vooral merkbaar op langere ritten.
- Moeite met het inschatten van afstand en snelheid.
Er speelt nog iets mee: in de eerste weken na een beroerte is de kans op een nieuwe beroerte verhoogd. Dat is een van de redenen waarom er altijd een wachtperiode geldt, ook als u zich prima voelt.
Hoe lang mag u niet autorijden?
De wachttijd hangt af van twee dingen: heeft u restklachten, en om welk type rijbewijs gaat het? Het CBR beschrijft de regels per situatie. Hier de belangrijkste termijnen op een rij:
| Situatie | Niet rijden |
| TIA of herseninfarct, geen restklachten na 2 weken | 2 weken |
| TIA of herseninfarct, wel restklachten | 3 maanden |
| Hersenbloeding | 6 maanden |
| Beroepschauffeur (vrachtwagen, bus, taxi) | Minimaal 4 weken |
Deze termijnen zijn minimumperioden. Uw neuroloog of revalidatiearts kan adviseren langer te wachten, afhankelijk van uw herstel. Ga daarover altijd het gesprek aan: uw behandelaar kent uw situatie beter dan welke folder ook.
Moet u de beroerte melden bij het CBR?
Had u al een geldig rijbewijs toen u de beroerte kreeg? Dan bent u formeel niet verplicht dit direct te melden. In de praktijk raden bijna alle artsen en het CBR zelf het wel aan. Twee redenen:
- Zekerheid voor uzelf. Een beoordeling door het CBR geeft duidelijkheid of u veilig de weg op kunt. Dat is prettiger dan blijven twijfelen.
- Verzekeringsrisico. Raakt u betrokken bij een ongeluk en blijkt achteraf dat restklachten een rol speelden, dan kan uw verzekeraar weigeren uit te keren. Bij een ernstig ongeval kan dat financieel zwaar uitpakken.
Vraagt u een nieuw rijbewijs aan of verlengt u uw huidige (bijvoorbeeld bij uw 75e verjaardag)? Dan is melden via de Gezondheidsverklaring wél verplicht. U vult daar eerlijk in dat u een beroerte heeft gehad.
Stap voor stap: van beroerte tot rijbewijs
Stap 1: Wacht de verplichte periode af
Rijd niet in de wachtperiode, ook niet ‘even om de hoek’. U bent in die periode niet rijgeschikt volgens de wet, wat betekent dat u bij een ongeluk niet verzekerd bent. Gebruik deze tijd om te herstellen en laat u rijden door familie, buren of de regiotaxi.
Stap 2: Bespreek uw situatie met uw neuroloog
Na de wachtperiode bespreekt u met uw neuroloog of revalidatiearts hoe het gaat. Zijn er nog restklachten? Hoe is uw gezichtsveld, uw concentratie, uw reactievermogen? Uw arts vult vaak ook een beroertevragenlijst in, een formulier dat het CBR gebruikt bij de beoordeling.
Stap 3: Vul de Gezondheidsverklaring in
Ga naar mijn.cbr.nl en koop met DigiD een Gezondheidsverklaring (€ 46,90 in 2026). Vul deze eerlijk in en geef aan dat u een beroerte heeft gehad. Stuur de door uw arts ingevulde beroertevragenlijst mee.
Stap 4: Beoordeling door het CBR
Het CBR bekijkt uw gegevens. Er zijn drie mogelijke uitkomsten: u wordt direct rijgeschikt verklaard, het CBR vraagt aanvullende informatie, of u wordt verwezen naar een onafhankelijke specialist (meestal een neuroloog of revalidatiearts) voor een keuring.
Stap 5: Eventuele keuring en rijtest
Bij restklachten volgt vaak een keuring door een specialist. Die beoordeelt uw gezichtsveld, motoriek en cognitieve functies. In sommige gevallen vraagt het CBR aanvullend om een rijtest: een praktische beoordeling in een auto, samen met een deskundige van het CBR. Dat klinkt spannend, maar het is geen rijexamen. De deskundige kijkt of u veilig kunt deelnemen aan het verkeer, niet of u foutloos inparkeert.
Stap 6: Het besluit
Bent u geschikt bevonden zonder restklachten? Dan krijgt u een rijbewijs met de normale geldigheidsduur. Zijn er wel restklachten maar kunt u veilig rijden? Dan is uw rijbewijs maximaal 5 jaar geldig en krijgt u code 100 op uw rijbewijs: u mag dan alleen voor privégebruik rijden, niet beroepsmatig.
Aanpassingen aan de auto
Heeft u blijvende beperkingen, dan hoeft dat het einde van het rijden niet te betekenen. Er zijn veel technische aanpassingen mogelijk, en het CBR kan die als voorwaarde opnemen op uw rijbewijs:
- Een automatische versnellingsbak, zodat u niet hoeft te schakelen.
- Een stuurknop of stuurbol, waarmee u met één hand kunt sturen.
- Gas en rem via handbediening, als uw benen niet goed meewerken.
- Aangepaste spiegels of een groothoekspiegel bij beperkt gezichtsveld.
- Een linkervoetgaspedaal, als uw rechterbeen beperkt is.
Deze aanpassingen worden als code op uw rijbewijs vermeld. Er zijn gespecialiseerde bedrijven die de auto ombouwen, en soms is een vergoeding mogelijk via de gemeente (Wmo) of het UWV als u de auto voor werk nodig heeft.
Als rijden voorlopig niet lukt
Soms is de uitkomst dat rijden voorlopig niet verantwoord is. Dat is een moeilijk bericht, zeker als u altijd zelfstandig bent geweest. Geef uzelf de ruimte om daar teleurgesteld over te zijn. En bedenk: ‘voorlopig’ is vaak letterlijk voorlopig. Veel mensen herstellen in de maanden na een beroerte beter dan in eerste instantie werd verwacht.
Verbetert uw situatie? Dan kunt u met uw behandelaar bespreken of een nieuwe beoordeling zinvol is. In de tussentijd zijn er alternatieven die uw bewegingsvrijheid grotendeels overeind houden: de regiotaxi, Valys voor langere afstanden, een OV-begeleiderskaart, of gewoon meerijden met familie. Bespreek met uw gemeente wat er in uw situatie mogelijk is.
Wat neemt u mee naar de keuring?
- Geldig identiteitsbewijs.
- De verwijsbrief van het CBR met uw ZorgDomein-code.
- Brieven en verslagen van uw neuroloog of revalidatiearts.
- Een actueel medicatieoverzicht van uw apotheek.
- Bril of contactlenzen die u tijdens het rijden draagt.
- Een naaste die kan aanvullen hoe het dagelijks met u gaat.
De keuringsarts beoordeelt overigens niet zelf of u mag rijden. De arts verzamelt de medische feiten en stuurt die naar het CBR, dat het besluit neemt. Meer over die rolverdeling leest u in onze blog over de rol van een arts bij een rijbewijskeuring.
Uw keuring regelen
Heeft u een verwijsbrief van het CBR ontvangen? Bij VoorKeur werken BIG-geregistreerde keuringsartsen die de standaard medische keuring verzorgen, ook bij neurologische aandoeningen. Verwijst het CBR u naar een specialist, dan gaat u naar een onafhankelijke neuroloog of revalidatiearts. Lees meer over gezondheidsproblemen die van invloed kunnen zijn op de rijgeschiktheid of maak online een afspraak bij een locatie in de buurt. Het VoorKeur-team is op werkdagen bereikbaar tussen 9.00 en 15.30 uur, ook via WhatsApp.
Een beroerte verandert veel, maar zelden alles. Met geduld, goede begeleiding en de juiste stappen komt het stuur voor veel mensen weer binnen bereik.